Welke hostingpartner kies je voor je website?
Eigen land of over de oceaan?
25 januari 2012 | William VisterinNagenoeg elk bedrijf doet beroep op een hostingpartner. Iedereen gaat vreemd, alleen is de vraag hoe vreemd. Doe je daarbij beroep op een Belgische partij of steek je de spreekwoordelijke oceaan over? En ook nog: waarom ga je vreemd? Want hosting gaat in diverse gradaties.
Er zijn massa’s aanbieders van online diensten, maar het gros daarvan zijn eenmansbedrijven die eigenlijk alleen maar de datacenter- of clouddiensten van anderen doorsluizen. Zulke providers hebben een meerwaarde wanneer ze de lokale vertegenwoordiger zijn van een internationale hoster, omdat je dan in je eigen taal kunt communiceren en ervan uitgaat dat hij over de nodige expertise beschikt.
Maar wat gebeurt er als de website of -toepassing crasht of alle e-mailverkeer opeens uit de lucht gaat? Gaat de doorverkoper dan te rade bij zijn leverancier in het buitenland? En is hij daarvoor net als iedereen aangewezen op e-mail en webformulieren? Naast het waar is er ook de wat-vraag.
Zo blijkt dat er niet alleen heel wat verschil is tussen de aangeboden online diensten van de hostingproviders, maar ook wat betreft de invulling van de diensten. Traditioneel is het onderscheid tussen shared hosting (waarbij je een server deelt met anderen) en dedicated hosting (waarbij u zelf een server ter beschikking krijgt). Al is deze laatste op zijn retour.
"De dedicated server van enkele jaren geleden is eigenlijk vervangen door de zogenaamde privécloud waarbij je als klant diverse servers voor jou alleen ter beschikking krijgt”, zegt Benjamin Jacobs, CTO van het Belgische hostingbedrijf Combell. “Ook het beheer ervan door het hostingbedrijf, de zogenaamde managed server, wint aan belang”, stelt hij.
Voorts wint de laatste jaren het concept van virtuele hosting aan belang. “Iets meer dan de helft van de servers is vandaag een virtuele server, en hun aandeel zal nog toenemen", aldus Jacobs. Steeds meer hosters combineren ook de verhuur van rackspace, fysieke en virtuele servers.
In dat laatste geval krijgt de klant een virtuele server ter beschikking, die op de virtualisatiefarm van je aanbieder draait. Een virtuele server afnemen is intussen gemeengoed, deels dankzij de eenvoudigere licentievoorwaarden.
Drink
Daarnaast is er ook de hoe-vraag in hosting. “Meer en meer gaan we naar een echt utilitymodel”, weet John Myklebust, directeur Datacenter, Hosting en Cloud bij Telenet. “Een model waarbij betaald wordt voor de capaciteit en functionaliteit die je nodig hebt, beter bekend als Pay by the drink.” Overigens hangt de invulling en de leverancier af van het hostingproject zelf.
“Zo is duidelijk dat er geen 'one size fits all' bestaat”, benadrukt hij. “Er zijn grote spelers die enkel standaardoplossingen kunnen aanbieden met een aantrekkelijke prijs. Anderzijds heb je hele kleine aanbieders die klant per klant zaken kunnen opzetten maar geen schaalvoordeel kunnen aanbieden.”
Related Partner info
GERELATEERDE ARTIKELS OP ITPRO:
Reacties







