De vierde generatie is springlevend
Peter Van der Elst (professional services manager Southern Europe bij Progress)
10 juni 2009 | Christiane Vandepitte
Wanneer vandaag wordt gepraat over ontwikkeling van software dan gaat het meestal over Java, .Net en frameworks. Maar goed tien jaar geleden gingen alle gesprekken over 4GL's, ontwikkeltalen van de vierde generatie. Hoe zou het daar nu mee zijn? We stelden de vraag aan drie grote leveranciers.
De 'fourth generation languages' stellen het goed, zo blijkt. Vele klanten blijven hun ontwikkelomgeving trouw. Dat gebeurt niet alleen om hun investering - in software en in opleiding van ontwikkelaars - te beschermen, maar vooral om dezelfde reden als altijd: een hoge productiviteit van de ontwikkelaar. Ontwikkelen in een 4GL gaat nu eenmaal sneller dan in een 3GL. De tool beschikt over een bepaalde intelligentie, die een 3GL niet heeft. De ontwikkelaar moet minder gedetailleerde instructies schrijven, minder lijnen code produceren. Dat spaart tijd - veel tijd. De tool 'weet' ook hoe het programma de database dient aan te spreken, en kan rekening houden met het operating system. Alle drie leveranciers die we contacteerden, komen met een indrukwekkende lijst van RDBMS-en en besturingssystemen die hun tool ondersteunt.
Ook de evolutie van de technologie is geen reden om van tool te veranderen - de tools worden nog steeds aangevuld met nieuwe mogelijkheden.
Dat deze tools een respectabele leeftijd hebben, is ook een voordeel: het is bewezen technologie en het platform is betrouwbaar.
Nog een voordeel: een 4GL kan ook sneller aangeleerd worden, omdat de ontwikkelaar zich niet hoeft te verdiepen in technische details.
De drie leveranciers kennen elk wel een voorbeeld van klanten die zich op het Java-pad begaven, en dan terugkeerden omdat de ontwikkeling niet snel genoeg opschoot.
Uniface
Uniface ontstond 25 jaar geleden in Amsterdam. In het begin diende de tool om toepassingen te bouwen voor VT100-terminals , in character mode dus. Later ging het om client/server toepassingen, vandaag creëert men met Uniface RIA (Rich Internet Application)-toepassingen.
Unifaces sterkste punt is altijd de platformonafhankelijkheid geweest. Unix, VMS, Windows, OS400, Windows mobile : het kan allemaal. Wanneer de ontwikkelaars geconfronteerd worden met een nieuwe omgeving, hoeven ze geen nieuwe taal te leren. Ze hoeven zich niet te verdiepen in de nieuwe technologie, in de details van schermopbouw, lezen en schrijven in de database, beveiliging, parallele uitvoering van transacties enzovoort. Ton Blankers : "Uniface neemt de ontwikkelaar werk uit de handen," besluit Ton Blankers, Product Manager Uniface bij Compuware.
GERELATEERDE ARTIKELS OP ITPRO:
Reacties
Reageer op dit artikel
1 reacties op dit artikel:
Origineel bericht van Matthias 12/06/2009
Geen melding over Oracle Application Express? Dit (gratis) web development framework van Oracle is nochtans sterk aan het opkomen met in de huidige versie ook een migratiemogelijkheid van Oracle Forms naar APEX.





